De effectiviteit is onvoldoende onderbouwd, terwijl de economische effecten aanzienlijk zijn en de proportionaliteit ter discussie staat. FNLI onderschrijft het belang van een gezonder voedingspatroon en het terugdringen van overgewicht. De sector draagt daar actief aan bij, onder meer via productverbetering, verantwoorde marketing, voedseleducatie en samenwerking met overheid en maatschappelijke partners. FNLI is tegen fiscale maatregelen op voedsel, waaronder de voorgenomen brede suikerbelasting. Bij deze maatregel zijn de gezondheidswinst en de bijdrage aan het terugdringen van overgewicht niet aangetoond, terwijl die de boodschappen wel duurder maakt. Dat vraagt om een extra zorgvuldige onderbouwing van effectiviteit, uitvoerbaarheid en proportionaliteit. Op die punten bestaan stevige zorgen: van hogere voedselprijzen en grenseffecten tot het uitwijken naar andere producten, complexe afbakeningsvragen en extra administratieve lasten.
Suikerbelasting maakt boodschappen duurder, zonder bewezen gezondheidswinst
De voorgestelde suikerbelasting leidt tot hogere prijzen van eten en drinken voor consumenten. Het kabinet rekent op een structurele budgettaire opbrengst van 900 miljoen euro per jaar vanaf 2030, met daarnaast 50 miljoen euro jaarlijkse uitvoeringskosten vanaf 2028. Met de verwachte opbrengst van de bestaande verbruiksbelasting op alcoholvrije dranken daarbij opgeteld, loopt de totale lastenverzwaring inclusief btw-doorwerking en uitvoeringskosten daarmee op tot minstens 1,5 miljard euro.
FNLI maakt zich zorgen dat deze lasten uiteindelijk terechtkomen bij consumenten. Belaste producten worden duurder en de koopkracht van huishoudens komt nog verder onder druk te staan. Prijzen van bepaalde producten, berekende de Rabobank, zullen met 10 tot 20 procent of meer stijgen1. Het totale boodschappenmandje zal naar schatting circa 2 procentpunt duurder worden, bovenop reguliere inflatie. Daarbij zullen huishoudens met lage inkomens relatief het hardst geraakt worden door een productgebonden belasting. FNLI vindt dat dit zwaar moet meewegen in de beoordeling van de maatregel.
En dat, terwijl er voor een brede suikerbelasting op vaste voedingsmiddelen niet is aangetoond dat deze leidt tot structurele gezondheidswinst of een effectieve bijdrage levert aan het terugdringen van overgewicht. FNLI onderschrijft het gezondheidsdoel, maar zet grote vraagtekens bij de effectiviteit van een brede suikerbelasting als instrument. Overgewicht is een complex maatschappelijk vraagstuk dat niet één-op-één wordt bepaald door suikerconsumptie. Dat blijkt wel uit cijfers die laten zien dat de suikerinname in Nederland al geruime tijd daalt, terwijl het aandeel volwassenen met overgewicht blijft stijgen.
Grensregio’s kunnen de rekening betalen van de suikerbelasting
Ook de economische effecten vragen om zorgvuldige weging. Een nationale suikerbelasting kan prijsverschillen met België en Duitsland vergroten en daarmee grensboodschappen stimuleren. FNLI ziet hierin een reëel risico voor Nederlandse ondernemers, zeker in grensregio’s, maar mogelijk ook daarbuiten. Bestedingen kunnen naar het buitenland verschuiven, met gevolgen voor omzet, werkgelegenheid, lokale voorzieningen en belastingopbrengsten in Nederland. Internationale ervaringen met voedselbelastingen laten bovendien zien dat dergelijke maatregelen in de praktijk moeilijk uitvoerbaar kunnen zijn, beperkt draagvlak hebben en kunnen leiden tot grenshandel en economische verstoringen. FNLI vindt het daarom positief dat de mogelijke grenseffecten nader onderzocht zullen worden.
Daarnaast kunnen prijsmaatregelen ook ongewenste effecten hebben als het gaat om consumentengedrag. Consumenten kunnen overstappen op andere, goedkopere producten die niet per se gezonder zijn, of op producten die niet onder de belasting vallen. Daardoor is het niet vanzelfsprekend dat minder verkoop van belaste producten ook leidt tot een gezonder voedingspatroon. Bovendien veronderstelt het kabinet dat consumenten door een suikerbelasting minder suikerrijke producten kopen. Die aanname wringt met het budgettaire karakter van de maatregel omdat de opbrengst vooraf vaststaat. Dat betekent dat er bij verminderde aankoop van belaste producten ook minder belastinginkomsten zullen zijn. Wanneer het kabinet vasthoudt aan de beoogde opbrengst, zal het naar verwachting moeten uitwijken naar hogere tarieven, een bredere grondslag of belasting op andere producten. Daarmee dreigt de maatregel te verschuiven van gezondheidsinstrument naar lastenmaatregel, met onzekere gezondheidseffecten en duidelijke gevolgen voor consumenten en bedrijven.
FNLI vindt dat vooraf duidelijk moet zijn welke gezondheidsdoelen het kabinet precies wil bereiken, hoe wordt gemeten of die doelen worden gehaald en hoe de opbrengsten worden ingezet voor preventie, leefstijl en productverbetering.
Een taart is een taart, behalve voor de belasting
Ook de voorgenomen afbakening tussen verpakte en onverpakte producten roept vragen op. Het kabinet schetst dat een belasting op eetwaren mogelijk wordt beperkt tot producten met een voedseletiket, omdat het suikergehalte dan eenvoudig kan worden vastgesteld. Niet-voorverpakte producten, zoals taart bij de bakker of schepijs bij een ijskraam, zouden in die variant niet worden belast. Een verpakte taart bij de supermarkt zou dat wel worden. Daarmee kunnen inhoudelijk vergelijkbare producten fiscaal verschillend worden behandeld. FNLI ziet hierin risico’s voor gelijke behandeling, fiscale neutraliteit, uitvoerbaarheid en handhaving. Voor bedrijven, zeker mkb-bedrijven en bedrijven met een breed en wisselend assortiment, leidt dit bovendien tot extra registraties, interpretatievragen en nalevingskosten.
Suikertaks moet geen budgettair doel hebben, maar daadwerkelijk gezondheidsdoel
Een suikerbelasting mag geen primair budgettair instrument worden. Als de maatregel werkt zoals beoogd en consumenten minder belaste producten kopen, neemt de opbrengst in de loop der jaren juist af en kan er niet op een stabiele opbrengst worden gerekend. Effectiviteit, betaalbaarheid, uitvoerbaarheid, juridische houdbaarheid en economische neveneffecten van de voorgenomen maatregel moeten daarom overtuigend worden onderbouwd. Gezondheidsbeleid vraagt om maatregelen die aantoonbaar bijdragen aan een gezonder voedingspatroon, zonder onnodige lastenverzwaring voor consumenten en bedrijven.
FNLI denkt graag constructief mee over oplossingen die productverbetering, innovatie en gezonde keuzes stimuleren. Een brede suikerbelasting ziet FNLI echter niet als een passend of effectief instrument. We blijven onze inzichten delen met het ministerie van Financiën en denken mee over alternatieven die effectief, uitvoerbaar en proportioneel zijn.
1 Rabobank 2026, Sebastiaan Schreijen - Voorgestelde suikertaks raakt één op de vijf supermarktproducten. https://www.rabobank.nl/kennis/d011514263-voorgestelde-suikertaks-raakt-een-op-de-vijf-supermarktproducten


