Prijsverschillen tussen landen zijn regelmatig onderwerp van discussie. In een podcast voor de Consumentenbond licht Cees‑Jan Adema, directeur FNLI, toe dat de werkelijkheid achter voedselprijzen complex is.

Voor consumenten telt dat boodschappen betaalbaar blijven; voor bedrijven is daarvoor een gelijk speelveld in Europa essentieel. Het kan soms zo zijn dat een consument hetzelfde product in ons land voor een hogere prijs in het schap ziet staan dan in een buurland. Maar dat geeft niet het volledige beeld. Prijsverschillen bij individuele producten betekenen niet dat boodschappen in Nederland duurder zijn dan elders in Europa. Sterker nog, over het geheel genomen zijn de boodschappen bij ons zelfs wat goedkoper dan in de landen om ons heen1.

Hoe kan het dan dat het anders voelt? Wat het ingewikkeld maakt is dat Nederland een land van aanbiedingen is. De constante stortvloed aan kortingen geeft ons een vertekend beeld: we zijn zó gewend geraakt aan kortingen, dat de normale prijs buitensporig lijkt, zelfs als dat niet zo is.

De werkelijkheid achter voedselprijzen is complex. Van grondstofkosten en energieprijzen tot belastingen, regelgeving, logistiek en marktwerking: al deze factoren spelen een rol. Juist daarom verdient dit onderwerp meer uitleg dan één simpele verklaring.

In de podcast 'Knagende Vragen' van de Consumentenbond legt Cees-Jan Adema, directeur FNLI, uit hoe de prijs van onze boodschappen tot stand komt.

Beluister de podcast hier