Standpunt FNLI inzake PFAS
FNLI en de aangesloten branches en bedrijven ondersteunen een samenhangende Europese aanpak die PFAS-emissies, risicogericht en bij de bron terugdringt. De aankondiging dat de Nederlandse overheid een zichtbare en brede internationale rol wil nemen en een gezamenlijke aanpak kiest, juicht FNLI toe. Maatregelen moeten op Europees niveau proportioneel en uitvoerbaar zijn, met oog voor voedselveiligheid, productiezekerheid en de beschikbaarheid van veilige alternatieven. FNLI roept samen met haar leden het kabinet op om zo snel mogelijk duidelijkheid te geven over de uitkomsten van het in het coalitieakkoord aangekondigde onderzoek naar de mogelijkheden voor een lozingsverbod op korte termijn.
FNLI en haar leden nemen de zorgen over PFAS zeer serieus. De aanwezigheid van Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) in voedingsmiddelen en kraanwater is in belangrijke mate een gevolg van de wijdverspreide aanwezigheid van deze stoffen in water, de bodem en lucht. De precieze risico’s zijn afhankelijk van de soort PFAS en de mate van blootstelling. Eenmaal in het milieu blijven ze daar aanwezig en kunnen ze terechtkomen in voeding en drinkwater (bron: RIVM). Mensen kunnen via voedingsmiddelen kleine hoeveelheden PFAS binnenkrijgen, maar voedingsmiddelen zijn niet de bron van de PFAS-verontreiniging in de voedselketen. Net als consumenten wordt de voedingsmiddelensector geconfronteerd met PFAS-verontreiniging die in het milieu en eerder in de keten ontstaat. De sector kan dit probleem niet zelfstandig oplossen. Centrale regie en heldere, uniforme regels zijn noodzakelijk om de productie en uitstoot van PFAS bij de bron effectief en risicogericht terug te kunnen dringen.
Uit nieuw onderzoek van het RIVM blijkt dat bijna alle volwassenen in Nederland minstens twee soorten PFAS in hun bloed hebben. Bij 71 procent lag de hoeveelheid boven de gezondheidskundige grenswaarde. Zowel dit percentage als de gemeten hoeveelheden zijn lager dan in het onderzoek met bloed uit 2016 en 2017. Deze daling is ook zichtbaar in andere West-Europese onderzoeken. Volgens het RIVM hebben beperkende maatregelen, waaronder Europese verboden, hier waarschijnlijk aan bijgedragen. Het instituut pleit evenals de voedingsmiddelensector voor een brede Europese aanpak.


